|
|
-
Kiki vraagt zich af of ze wel bij haar familie thuishoort. Ze lijkt niet op haar ouders, vindt ze, en al helemaal niet op haar grote broer Jelmer, die met zijn probleemgedrag alle aandacht opeist. Op een dag vindt ze in een prullenbak een versnipperde kaart. Als ze de stukken aaneen schuift is nog net leesbaar: Kom je? Ik wacht al zo lang. De afzender is ook onduidelijk staat er soms: JIM? En aan wie is de kaart eigenlijk gericht? Kiki volgt een spoor van duistere vondsten en aanwijzingen. Gaandeweg groeit haar overtuiging: ze wordt gezocht. Door haar enige echte broer. Door Jim. De…
Lees meer...
-
Eigenlijk heet hij lakanthurium, maar in Hij & Ik staat de merkwaardige groenrode plant bekend als 'Pik op Schotel'. Want het is 'een schaaltje op een paaltje' en uit het midden van dat schaaltje 'priemde een lichtgroene punt de lucht in'.
'Hoe ik op die naam ben gekomen?'
vraagt Judith Eiselin (37). 'Gewoon omdat hij er zo uitziet - toch? Met een beetje fantasie? Wij hadden vroeger thuis zo'n plant. We vonden…
Lees meer...
-
Romeo is nieuw op school. Eline verkleedt zich... als kerstboom! Lotta sluipt in het holst van de nacht over straat. En Faisel is verliefd... maar op wie?
Dit is een boek vol raadsels over vier kinderen uit groep 6. Waar is de ezel van de kinderboerderij gebleven? Waar slaat het wachtwoord 'errimnuit' op? En hoe krijgen ze de meester op tijd wakker?
Lees meer...
-
Dit boek zit boordevol beesten: een weggelopen poes, drie teckels in een hondenhotel, een gans die kan praten, een wilde hond en nog veel meer. In één verhaal zitten zelfs meer dan honderd dieren verstopt. Het zijn heel verschillende verhalen van heel verschillende schrijvers.
In mijn verhaaltje neemt een jongen die geen huisdier van zijn ouders mag stiekem een konijn van de kinderboerderij mee naar huis. Hij verstopt het in zijn sokkenla. Maar zijn allergische broertje begint te niezen...
Voor iedereen vanaf 8 jaar.
Lees meer...
-
18 verhalen uit 1 hotel! Het is druk in Hotel de Woelige Baren. De zon schijnt, het strand en de duinen zijn vlakbij en er is van alles te doen.
Elke dag brengt de veerboot nieuwe vakantiegangers naar het eiland Wadsoog...
Lees meer...
-
Hi Simon @ zonnet.nl, Kan het zijn dat jij mijn tas hebt?
Want ik heb de jouwe. Floor (Ik lust echt geen geitenijs hoor)
Dit is het tweede boek over Floor. Het is aan het begin nog net op het nippertje aan met Daniël, maar dat duurt niet lang meer. Floors vriendin Jasmijn ziet hem ineens zoenen met een vrouw met paars haar, midden op straat! Yuk. Floor is heel verdrietig. Gelukkig heeft ze iemand gevonden bij wie ze haar hart kan uitstorten, nog beter dan bij Jasmijn. Hij heet Simon en hij woont in Amsterdam. Floor vindt dat hij…
Lees meer...
-
Floor zit in de vier vwo op het Rijnvis Feith, de school uit de Vlinderboeken van uitgeverij Leopold. Ze wordt in dit boek voor het eerst echt verliefd… en het is wederzijds. Met Daniël lijkt alles anders, nieuw, mooier dan vroeger. Floor heeft het gevoel dat ze met hem de wereld aan kan; ze voelt zich heel ‘echt’ als ze bij hem is. Maar langzaam komt ze erachter dat hij helemaal niet zo ruimhartig en gemakkelijk is. Daniël keurt van alles af wat zij graag doet, zoals toneel spelen. Moet ze wel bij hem blijven?
Lees meer...
-
Dit boek gaat over Eva, die in groep acht zit en bijna elf is. Bijna, want ze heeft een klas overgeslagen. Eva heet van haar achternaam Benschop. Maar haar beste vriendin, die ook Eva heet, heeft als achternaam Peper. Dus wordt Eva Benschop Eva Zout genoemd…
Eva, ‘Zout’ dus, wil als ze groot is, spion worden. Ze oefent vast met speuren. Alle mensen om haar heen hebben geheimen, denkt ze. Maar Eva denkt zoveel. Ze verzint de meest gekke dingen, zoals een supersluippas waarmee je extra snel van school naar huis kunt lopen, of een manier van zweren-dat-je-iets-niet-doorvertelt (elkaars spuug inslikken!). En dan is…
Lees meer...
-
Juliette wint een prijsvraag. Ze krijgt de hoofdprijs: een zomervakantie lang naar een tropisch eiland!
Jesleia is een paradijs waar de zon altijd schijnt. Juliette vindt er een paard en een poes. Ze kookt bij de rivier en slaapt elke nacht onder een boom. Overdag zwemt ze in zee, verzamelt ze schelpen, zoekt ze naar eten, speelt ze. Ze is alleen, maar dat vindt ze niet erg. Juliette is heel verlegen. Ze heeft het liefste dat niemand haar ziet, dat ze helemaal niet opvalt… op Jesleia kan ze doen wat ze wil. Of… juist niet? Is ze wel alleen op het eiland? Klopt het wel dat…
Lees meer...
-
13 spannende verhalen over wakker worden in een andere wereld, een griezelig perfect zusje, gebeten worden door een vleermuis, spelen in een verlaten oorlogsbunker,
een kat met bijzondere gaven, onverwacht bezoek in de nacht, watergeesten in een verlaten Chinees dorp, een schip met Afrikaanse slaven in een Hollandse haven. Mijn verhaal gaat over een jongen die door een onbekende tante van het vliegveld wordt gehaald. Zijn tas is hij al kwijt... en zijn paspoort... en al gauw ook zichzelf.
Lees meer...
|

Hallo!
Wat leuk dat je langskomt op de website van Judith Eiselin. Hier kun je van alles lezen over mijn boeken en over mij.
Op 9 juli 1970 ben ik geboren in Amsterdam. ‘Blijft u nog maar even liggen,’ zei de dokter tegen mijn moeder die net een baby had gekregen, ‘want er komt er nog één.’ Die nog ene was ik dus, happend naar adem want mijn zus Sanne had er best lang over gedaan om geboren te worden. We zaten pas zeven en een halve maand samen in die buik, dus we moesten eerst een tijdje in de couveuse. Mijn ouders waren zenuwachtig omdat de dokter zei dat ik misschien wel doodging. Mijn moeder was zelfs zo zenuwachtig dat ze vergeten was hoe ze me had genoemd, toen een verpleegster dat vroeg. Van tevoren hadden ze natuurlijk maar één naam bedacht. Mijn zus en ik lijken niet zo erg op elkaar, want we zijn een twee-eiige tweeling. Het is meestal heel gezellig en handig om een tweeling te zijn. Soms is het onhandig. Ik dacht altijd dat er een spook rondvloog boven het bed van mijn zus, maar het was haar witte knuffeldoek die ze door de lucht zwierde om hem ‘lekker koud’ te maken. Zij kon vaak niet slapen door mijn gezucht. ‘Niet ademen,’ riep ze dan. ‘Houd op met ademen!’
We verhuisden op ons tweede of zo naar Den Haag omdat onze vader voor een krant (Het Parool) schreef over politiek. We hadden een heel leuk oud huis: de trap had een gezicht (was in het hout uitgesneden) en op de plafonds zaten versiersels, druiventrossen en zo. Wel waaide het altijd in ons huis, zo gammel was het. s Nachts tikten de verwarmingsbuizen eng, of ik hoorde griezelige stemmen van beneden -maar dat waren de poppenkastpoppen van mijn moeder, meestal. Ze speelde poppenkast voor de lol. Mijn vader speelde piano voor de lol, heel vaak en heel veel (en heel hard). Onze kat had een eigen krukje aan de keukentafel. Ons konijn liep los in het huis rond.
Vanaf mijn zesde wilde ik schrijver worden. Ik tekende, schreef en las altijd heel veel –en dat doe ik nu nog. Ik hield (en hou nog steeds) erg van paarden en andere dieren. Ik speelde dwarsfluit. In groep zes mocht ik een toneelstukje schrijven dat door de hele klas werd opgevoerd, dat heette: De wondere wereld van de schaakstukken. Op de middelbare school schreef ik mee aan toneelteksten en moest ik hopen werkstukken maken.
Ik heb Nederlandse taal- en letterkunde gestudeerd in Amsterdam. Met vrienden maakte ik in die tijd een melig tijdschrift, Poesjkin Wat. Later ging ik bij een echte krant werken, NRC Handelsblad. Tien jaar lang schreef ik in die krant, ondermeer over kinderboeken, toen ging ik ze zelf maken.
Ik woon met mijn gezin in Haarlem. Mijn man heet John en is stripmaker (Fokke en Sukke) en rechter. Onze dochters heten Nina en Rozemarijn. Onze dieren heten Bimbam, Bommel, Hopje, Fiep, Koffie, Ap, Miffie, Raudur en Erill. Bimbam en Bommel zijn jonge katten, een rode met streepjes en een langharige Noorse Boskat. Hopje is een zwart konijn met een wit streepje op zijn neus en witte tenen. Fiep, zijn vrouw, komt uit Zeeland. Ze is een tweedehands konijn, haar vorige baas wilde haar niet langer hebben. Ze is wit met grijze vlekken, en heeft hangoren. Koffie, Ap en Miffie zijn cavia’s. Koffie is hier geboren. Ap en Miffie komen uit een asiel. Raudur en Erill zijn IJslandse paarden. Zij wonen in een wei bij een boer in Castricum, vlakbij de duinen. Ik ga elke week drie keer naar ze toe –en soms nog vaker! Mijn dochters en ik rijden op ze.
|
|